ANWB verwacht ruim 8 miljoen Nederlanders op vakantie, 94 procent blijft in Europa

ANWB verwacht ruim 8 miljoen Nederlanders op vakantie, 94 procent blijft in Europa

ANWB verwacht ruim 8 miljoen Nederlanders op vakantie, 94 procent blijft in Europa

Ruim 8 miljoen Nederlanders gaan in de meivakantie, die voor sommigen dit weekend al begint, op reis. De reislust blijft dus stevig: 59 procent trekt eropuit en 94 procent blijft in Europa. Opvallend is vooral waar mensen voor kiezen. Nederland blijft de populairste bestemming, terwijl Duitsland stijgt naar plek twee, achter ons eigen land.

De hogere prijzen zorgen daarbij vaker voor aanpassing dan voor afstel. Een derde van de vakantiegangers past de plannen aan, meestal door korter weg te gaan, dichter bij huis te blijven of minder uit te geven aan horeca. Ook de voorbereiding verandert. Inmiddels gebruikt zo’n 26 procent van de vakantiegangers AI bij het plannen van de vakantie.

Europa blijft dominant in de meivakantie

Europa is ook dit voorjaar veruit de favoriete richting. Vrijwel alle Nederlanders die in april of mei op vakantie gaan, blijven op het eigen continent. Binnen Europa winnen vooral bestemmingen dichtbij aan terrein. Nederland staat bovenaan, gevolgd door Duitsland, dat Spanje dit jaar voorbijgaat.

Die verschuiving past bij een bredere voorkeur voor overzichtelijke, goed bereikbare reizen. Meer mensen kiezen binnen Europa voor de auto, ook elektrisch, terwijl het aandeel vliegvakanties daalt van 40 naar 34 procent. Tegelijk blijft Zuid-Europa in trek. Meer dan de helft van de vakantiegangers noemt een Zuid-Europees land als bestemming, met Frankrijk opnieuw als vaste waarde in die groep.

De meivakantie, die al in april begint, blijft bovendien aantrekkelijk voor een brede groep reizigers. Het zijn niet alleen gezinnen die eropuit trekken. Ook mensen die niet vastzitten aan schoolvakanties kiezen opvallend vaak voor deze periode. Dat is goed te verklaren. Het voorjaarsweer is vaak aangenaam, het is minder druk en de kosten liggen meestal lager dan in de zomer. Dat scheelt toch een slok op een borrel.

Prijsdruk verandert onze keuzes, maar remt onze reislust geenszins

De cijfers laten vooral zien dat prijsdruk invloed heeft op de invulling van de vakantie, niet op de bereidheid om te gaan. Bijna vier op de tien vakantiegangers nemen geen maatregelen, maar ongeveer een derde stelt de plannen wel bij. Meestal gaat het dan om korter weggaan, dichter bij huis blijven of zuiniger omgaan met uitgaven onderweg.

Voor gezinnen met kinderen weegt dat het zwaarst. In die groep zegt 37 procent veel tot zeer veel invloed van prijsstijgingen te voelen. Over de hele bevolking ligt dat aandeel op 29 procent. Het gemiddelde budget per persoon komt meestal uit tussen 250 en 500 euro.

Wie niet op vakantie gaat, noemt daar vooral geld als reden voor. Binnen die groep zegt een derde later in het jaar ook niet meer op reis te gaan. Dat laat zien dat de hogere kosten voor een deel van de huishoudens echt een grens zijn, terwijl de grote meerderheid vooral zoekt naar een andere (goedkopere) manier om de vakantie in te vullen.

Terwijl Amerika terrein verliest, wint AI aan invloed

Terwijl Europa terrein wint, neemt de belangstelling voor verre reizen af. Vooral Amerika verliest aantrekkingskracht. Zes op de tien Nederlanders kijken inmiddels negatiever naar reizen naar de Verenigde Staten. Dat heeft niet alleen met de geopolitieke onrust rond Ian te maken, maar ook met het Amerikaanse immigratiebeleid en de perikelen rond ICE. Ook bij andere verre bestemmingen verschuift de belangstelling. Thailand blijft populair, terwijl Japan wat terugvalt en op gelijke hoogte komt met China en Vietnam. Zuid-Amerika wordt door een deel van de reizigers juist gemeden vanwege veiligheidszorgen.

Tegelijk schuift de voorbereiding van vakanties verder op richting digitale hulpmiddelen. Het gebruik van AI in vakantieplanning is in een jaar tijd gestegen van 12,5 naar 26 procent. AI neemt de keuze voor bestemming of boeking niet over, maar wordt wel steeds normaler als hulp bij het zoeken naar activiteiten, restaurants en praktische info.

Vooral jongere reizigers maken daar gebruik van. In de groep van 18 tot 29 jaar ligt het aandeel op 35 procent, bij 30- tot 49-jarigen op 33 procent. Bij oudere groepen ligt dat lager, maar ook daar is het gebruik duidelijk zichtbaar.

Kampeervakanties blijven een onlosmakelijk onderdeel van het voorjaar

Voor kampeerders verandert er minder dan bij andere vakantievormen. Kamperen blijft stabiel populair: 17 procent kiest in de april-meivakantie voor deze vorm van vakantie. Bijna 30 procent van die groep doet dat mede om kosten te besparen.

Kamperen houdt daarmee een vaste plek in het voorjaarsreizen van Nederlanders. In een seizoen waarin vakanties dichter bij huis, kortere verblijven en scherpere keuzes duidelijk zichtbaar zijn, past kamperen nog altijd goed – zo niet beter – bij een laagdrempelige vakantie zonder dat mensen hun plannen helemaal laten varen.

De Vakantiemonitor laat dus vooral zien dat Nederlanders ook in het voorjaar van 2026 willen blijven reizen. Niet minder vaak, maar wel bewuster, vaker binnen Europa en met meer oog voor kosten en praktische voorbereiding.

Foto: © ANWB

Like dit artikel
Tweet dit artikel