Kamperen in Europa wordt in 2026 opnieuw iets duurder, hoewel Nederland voor gezinnen opvallend gunstig geprijsd blijft. Volgens de nieuwste prijsanalyse van PiNCAMP komt een overnachting hier in het hoogseizoen gemiddeld uit op €43. Dat ligt duidelijk onder het Europese gemiddelde van €49 per nacht en houdt Nederland in de middenmoot van betaalbare bestemmingen.
Die positie is van belang voor kampeerders die hun vakantiebudget onder controle willen houden. Want naast de campingprijs lopen ook andere kosten op, zoals brandstof, tol en dagelijkse uitgaven. In dat totaalplaatje maakt het verschil tussen landen al snel tientallen euro’s per nacht, zeker voor gezinnen die twee of drie weken op pad zijn.
Prijsstijging zet door, maar verschillen lopen uiteen
De prijsanalyse is gebaseerd op circa 2.300 campings in twaalf Europese vakantielanden. Daarbij is gerekend met een gezin van twee volwassenen en één kind tot tien jaar, inclusief een staanplaats voor een camper of caravan met aanhanger. Het gaat dus om een concrete en goed vergelijkbare praktijksituatie, niet om losse vanafprijzen.
Wat opvalt, is dat de stijging niet overal gelijk uitpakt. In plaats van een vlakke lijn ontstaat een duidelijker onderscheid tussen regio’s. Noord- en Midden-Europa blijven relatief toegankelijk, terwijl de bekende zonbestemmingen verder uit elkaar lopen qua prijsniveau.
Nederland blijft onder het gemiddelde
Met €43 per nacht blijft Nederland onder het Europese gemiddelde. Alleen landen als Noorwegen (€38), Zweden (€40) en Duitsland (€41) zijn volgens deze vergelijking goedkoper. Frankrijk zit met €46 net onder het gemiddelde en blijft daarmee een populaire middenweg voor kampeerders die verder willen reizen zonder direct in de hoogste prijsklasse te belanden.
Aan de andere kant van het spectrum staan de klassieke vakantielanden rond de Middellandse Zee. Spanje komt uit op €58 per nacht, Italië op €63 en Kroatië zelfs op €73. Dat zijn verschillen die in de praktijk snel oplopen, zeker bij langere verblijven.
Zuid-Europa duidelijk duurder
De hogere prijzen in Zuid-Europa hangen samen met een combinatie van factoren. De vraag is er groot, vooral in juli en augustus, terwijl het aanbod op toplocaties beperkt blijft. Campings aan de kust zitten snel vol en kunnen daardoor hogere tarieven vragen.
Voor kampeerders betekent dit dat de keuze voor een bestemming direct doorwerkt in de totale reissom. Een vakantie in Kroatië of Italië kan op papier aantrekkelijk lijken, maar de campingkosten liggen er structureel hoger dan in Noordwest-Europa.
Kustlocatie maakt het verschil
Niet alleen het land, ook de ligging van de camping speelt een grote rol in de prijs. Campings aan zee zijn gemiddeld 36 procent duurder dan vergelijkbare plekken in het binnenland. In Frankrijk kan dat verschil oplopen tot bijna 50 procent, in Spanje tot ruim een derde.
Dat maakt de afweging concreet. Wie per se aan het strand wil staan, betaalt daar in 2026 duidelijk meer voor. Wie genoegen neemt met een plek landinwaarts, ziet de prijs vaak merkbaar dalen zonder dat de kwaliteit van de camping zelf sterk verschilt.
Laagseizoen loont vooral in het zuiden
Naast locatie is ook de reisperiode bepalend. In Europa liggen de prijzen in het laagseizoen gemiddeld bijna 30 procent lager dan in het hoogseizoen. In Zuid-Europese landen loopt dat verschil nog verder op. In Kroatië kan het prijsverschil oplopen tot ruim 50 procent, in Spanje en Frankrijk tot circa 35 à 38 procent.
In Nederland is dat effect kleiner. Hier ligt de prijs in het laagseizoen gemiddeld zo’n €9 per nacht lager, wat neerkomt op een daling van ruim 20 procent. De spreiding is dus minder groot, maar nog steeds relevant voor wie flexibel kan plannen.
Praktische rekenen voor kampeerders
Voor veel kampeerders verschuift de afweging daarmee van alleen de bestemming naar het totaalplaatje. Een duurdere camping in het zuiden kan deels worden gecompenseerd door buiten het hoogseizoen te reizen. Andersom kan een vakantie dichter bij huis juist aantrekkelijk blijven door lagere verblijfskosten en een kortere reis naar de bestemming.
Dat maakt plannen belangrijker dan ooit. Niet alleen waar je naartoe gaat, maar ook wanneer en op welke plek je staat, bepaalt in 2026 in hoge mate de uiteindelijke kosten van de kampeervakantie.
Bestemming en timing bepalen de rekening
De prijsontwikkeling laat zien dat kamperen nog altijd binnen bereik blijft, maar minder vanzelfsprekend goedkoop is dan voorheen. Nederland houdt daarbij een relatief sterke positie als betaalbare bestemming, zeker in vergelijking met Zuid-Europa.
Voor kampeerders komt het in 2026 neer op bewuste keuzes. Wie let op land, ligging en reisperiode, kan nog steeds grip houden op de kosten, zonder in te leveren op de kampeerervaring zelf.





