Een elektrische vouwfiets met de snelheid van het licht

Nimoto Handy

Theo Thomas maakte een testrit op de Nimoto Handy

“Het lijkt Einstein wel, denk ik op het moment dat ze voorbij zoeft: met de snelheid van het licht, iets voorovergebogen, op een kleine elektrische vouwfiets. Ze is 80. Minstens. Denk ik. Haar zilvergrijze kapsel is door haar snelheid een eigen leven gaan leiden. Ik bevind mij echter niet in de vierde dimensie, maar op een gezellige kampeerbeurs.

Het evenement staat bol van vakantie, kamperen, campers en caravans. En racende omaatjes dus. Op het panoramadek van de beurs is tussen de tenten-tentoonstelling een heus parcours uitgezet. Een soort test-race-circuit voor de elektrische vouwfiets. En terwijl de Einstein-oma met piepende remmen de bocht neemt, zie ik opa in de verte al aankomen. Geen haar op zijn hoofd die oma wil laten winnen. Hij is zo kaal als wat.

Het tentenveld ligt er verlaten bij. Niemand durft. Ooit iemand zien oversteken op een Formule1-circuit? Ik waag het er toch op. Op zoek naar de pits. Er staan een stuk of twintig fietsjes op een rij. Behalve de kleur zijn ze allemaal exact hetzelfde. Opa en oma zijn inmiddels gefinisht. En terwijl opa – met zijn forse postuur – de stevigheid van de vouwfiets in twijfel trekt, vraagt oma de verkoper hoe lang ‘hij’ het volhoudt. De verkoper is even in de war totdat hij zich realiseert dat ze vast de accu bedoelt. “50 kilometer is geen enkel probleem mevrouw”, zegt de verkoper. “Nou, dat is nog best hard”, zegt oma opgewonden.

“Kruipen is sneller. Ik zie er vast belachelijk uit op deze ieniemieniekabouterfiets.”

Zo’n elektrische vouwfiets: ik vind het er maar een beetje sneu uitzien. Opa is er nog een keer op gaan zitten en dreigt van de vouwfiets een krakfiets te maken. Maar het enthousiasme van oma is aanstekelijk: ik moet ook op de fiets. De verkoper legt uit hoe het werkt. Een knopje voor meer of minder power, schakelen en remmen. Eitje. Ik haal diep adem en zet mij voorzichtig af. Langzaam rolt het fietsje vooruit. Direct komt de teleurstelling in mij op. Het ding gaat voor geen meter. Kruipen is sneller. Ik zie er vast belachelijk uit op deze ieniemieniekabouterfiets. Ik werp een blik op de lampjes. Hij staat toch echt aan.

“Je moet wel trappen joh!”, hoor ik de verkoper achter mij roepen. Trappen? Geschrokken van mijn eigen stommiteit ga ik vol in de pedalen. Het fietsje reageert direct met het geluid van een opstartende 747. Het achterwiel is inmiddels in witte rook gehuld en de ruimte vult zich met de geur van verbrand rubber. In een reflex knijp ik zo hard als ik kan in de handvatten. Het stuurtje wil de armen van m’n romp trekken. De eerste, haakse bocht nadert en laat ik op dat moment even helemaal kwijt zijn hoe dat remmen ook al weer ging. Op topsnelheid gooi ik heldhaftig de elektrische vouwfiets de hoek om en zie vanuit mijn ooghoek een moeder haar kind in veiligheid brengen in een puptent. Na de tweede bocht ben ik weer op het lange rechte stuk van het circuit beland. Ik trap zo hard als ik kan en op het stuur branden alle lampjes. Met een grote grijns op mijn gezicht begin ik me zowaar oma te voelen. Wat een geweldig fietsje! Het ding gaat als een raket. Als een volleerd coureur parkeer ik het monster naast de andere in de pits. Ik bedank de vriendelijke verkoper en al mijmerend over prachtige fietstochten in de Alpen vervolg ik mijn beursbezoek. Op weg naar de volgende belevenis zie ik opa weer. Hij schudt met zijn hoofd. Oma is niet weg te slaan uit de beursstand over deltavliegen op ski’s.”

Theo Thomas

Beoordeel dit artikel
 
Like dit artikel
Tweet dit artikel