Kampeerder kiest op de camping vooral voor praktisch comfort

Kampeerder kiest op de camping vooral voor praktisch comfort

Kampeerder kiest op de camping vooral voor praktisch comfort

Kampeerders kiezen op de camping vooral voor kleding die makkelijk zit en weinig aandacht vraagt. Dat komt naar voren uit Goboony’s Groot Nationaal Camper- en Kampeeronderzoek 2026, waarvoor 2.158 camperbezitters en -huurders zijn ondervraagd. Ongeveer tachtig procent van de campingbezoekers denkt volgens het onderzoek niet of nauwelijks na over wat er wordt aangetrokken.

Dat levert herkenbare beelden op: de Crocs naast het opstapje onder de voortent, een afritsbroek of zelfs een badjas bij een rondje over het terrein. Toch gaat het niet alleen om grappige campingkleding. De cijfers passen bij een bredere kampeerhouding, waarin gemak, ontspanning en even minder hoeven zwaarder wegen dan hoe je eruitziet.

Crocs bovenaan, de afritsbroek doet ook mee

Kampeerder kiest op de camping vooral voor praktisch comfortVolgens Goboony zien Nederlandse respondenten Crocs als het meest iconische campingmode-item. De afritsbroek eindigt op de tweede plaats. Beide hebben hun imago niet helemaal mee, maar op de camping telt vooral dat ze doen wat ze moeten doen. Ze zijn snel aangetrokken, makkelijk schoon te maken en bruikbaar bij wisselend weer of een wandeling naar het sanitairgebouw.

Die keuze voor gemak komt ook terug in de badjas. Van de ondervraagden geeft 52 procent aan zonder schaamte in badjas over het terrein te lopen, meestal van en naar het toiletgebouw. Dat is geen stijlkeuze maar een praktisch argument. Op de camping ligt de grens tussen privé en openbaar nu eenmaal dichter bij elkaar dan thuis of in een hotel.

Minder vaak omkleden is wel zo makkelijk

Ook bij kleding wisselen is de campingnorm ruim. Slechts 7 procent van de Nederlandse respondenten zegt dagelijks van outfit te wisselen. Daar staat tegenover dat 76 procent twee tot drie dagen dezelfde kleding draagt.

Op papier klinkt dat misschien wat nonchalant. Op een kampeerplek is het minder vreemd. Wie met tent, caravan, vouwwagen of camper reist, neemt niet de hele kledingkast mee. Een dag op de camping vraagt bovendien vaak om kleding waar je meerdere dingen mee kunt doen: buiten ontbijten, boodschappen doen, wandelen, koken bij de kampeerplek, rondhangen bij het speelplaatsje, een spelletje doen en zo nu en dan naar het toiletgebouw.

Helemaal grenzeloos is de campinggarderobe niet. Het trainingspak, vaak met een knipoog campingsmoking genoemd, valt bij Nederlandse respondenten juist slecht. Comfort verklaart veel, maar kennelijk niet alles.

Europese verschillen blijven zichtbaar

Goboony legde de vragenlijst ook voor aan camperbezitters en -huurders in zeven andere Europese landen. Daaruit komen duidelijke verschillen naar voren, zonder dat het onderzoek daar grote conclusies aan verbindt.

In Spanje geldt het trainingspak juist als een iconisch stukje campingmode. Portugezen en Spanjaarden wisselen bovendien veel vaker dagelijks van kleding: 70 procent van de Portugezen en 47 procent van de Spanjaarden doet dat volgens het onderzoek.

Bij luxere kampeervormen, zoals glamping, past 78 procent van de Italiaanse respondenten de kledingstijl aan de omgeving aan. Onder Nederlandse respondenten overweegt slechts 28 procent dat.

Campingcomfort wordt dus niet overal hetzelfde ingevuld. De ene kampeerder zoekt de vrijheid om nergens aan te hoeven denken, de ander neemt ook op een camping graag wat meer zorg voor kleding en uitstraling mee.

Gemak hoort onlosmakelijk bij het kampeergevoel

Voor campings en bedrijven in de kampeerbranche zit de bredere lijn vooral in het gedrag erachter. Kampeerders lijken de camping te zien als een plek waar de druk eraf mag. De Crocs, badjas en afritsbroek zijn daar zichtbare voorbeelden van. Ze horen bij een verblijf waarin gemak en comfort bij elkaar horen.

Dat comfort gaat verder dan kleding. Uit hetzelfde onderzoek komt naar voren dat respondenten de camper gemiddeld een 4 op 5 geven voor de bijdrage aan hun geestelijk welbevinden. Ook beschouwt 83 procent van de ondervraagden de camper als een onontbeerlijk middel om het leven zin te geven.

Wanneer naar levensfases wordt gevraagd, noemen respondenten onder meer pensioen, burn-out en scheiding. Pensioen wordt genoemd door 44 procent, burn-out door 41 procent en scheiding door 27 procent. In die antwoorden staat de camper voor vakantie, maar ook voor een eigen plek, een ander ritme en afstand tot de dagelijkse omgeving.

Camper is ook een stukje zekerheid achter de hand

Aan het einde krijgt Goboony’s onderzoek een serieuzere toon. Onder de ondervraagde campereigenaren voelt 80 procent zich door de camper beter voorbereid op grote crisissituaties. Dat wil zeker niet zeggen dat zij massaal aan het preppen zijn, maar de camper heeft voor een deel van de eigenaren kennelijk ook een extra functie.

Meer dan de helft van de eigenaren, 53 procent, ziet de camper in noodgevallen als ideale vluchtauto. Dat is de opvatting van de respondenten, geen bewijs dat een camper in elke crisissituatie de beste keuze is. Een kleiner deel heeft er ook iets voor klaarliggen: 18 procent heeft standaard een noodvoorraad in de camper. Zo blijft de camper een voertuig voor vakantie en vrije tijd, terwijl hij voor sommige eigenaren ook klaarstaat wanneer het gewone dagelijkse bestaan even anders loopt.

 

Like dit artikel
Tweet dit artikel