Monumenten van de Eerste Wereldoorlog

image003BELGIË – FRANKRIJK – In 2014 is het honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Een oorlog die in ons land nog amper leeft.

Op mijn reizen door België en Noord-Frankrijk viel het op dat deze oorlog in deze landen, maar ook in Engeland, nog zo intens wordt beleefd. Dit moet dus wel iets speciaals zijn.

Mijn eerste herinnering aan dit fenomeen stamt uit 1999. Samen met mijn dochter fietste ik in de richting van Parijs. Zelfs in de kleinste dorpjes in het grensgebied van België en Frankrijk zagen we monumenten. Ze herinnerden aan de gevallenen in de strijd die daar werd geleverd.

In 2002 fietsten we een deel van de Vlaanderenroute in België. Op weg naar Diksmuide reden we over een mooi fietspad, de Frontzate. Deze lag op een oude spoordijk, die in de Eerste Wereldoorlog globaal gezien de frontlijn vormde tussen Duitse en Belgische troepen. Overal langs het pad zagen we nog resten uit die tijd. Stukken beton die onderdeel uitmaakten van bunkers, uitkijkposten, en dergelijke.

WO-1-DiksmuideAangekomen in Diksmuide troffen we de dodengang, een complex van loopgraven zoals die in de gevechten rond de IJzer is gebruikt. Daarin lopend kregen we een beetje de indruk hoe verschrikkelijk die tijd moet zijn geweest. En nu bloeien er klaprozen…  Trouwens, de IJzertoren in dezelfde plaats geeft een goed beeld van wat zich in deze omgeving heeft afgespeeld.
Ook heel indrukwekkend is de Menenpoort in het plaatsje Ieper. Dat is de poort met namen van vermiste Engelse soldaten. Daar wordt sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog nog steeds elke avond om half acht de Last Post gespeeld, ter nagedachtenis aan deze Engelse soldaten. Tijdens dit moment wordt het verkeer stilgelegd en de hele straat vrijgemaakt voor de plechtigheid.

Verdun

De volgende kennismaking met deze wereldoorlog was in 2010. Toen bezocht ik, inmiddels rijdend met de camper, de stad Verdun in Frankrijk. Met name de Battlefields 14-18 ten noorden van de stad zijn de moeite van het bezoeken meer dan waard. Het Fort Douaumont kwam heel indrukwekkend over: de hele vesting ligt onder de grond. Van buiten loop je over het fort tussen de geschutskoepels door. Je hebt er een goed uitzicht over de noordelijke heuvels, waar indertijd de Duitse troepen vandaan kwamen.

Ook bekeken we het Ossuarium van Douaumont, een gebouw waar resten van niet-geïdentificeerde soldaten worden bewaard. Bijzonder indrukwekkend zijn de vele namen die op de wanden zijn vermeld. Dat deed ons terugdenken aan de Menenpoort in Ieper, zoals de toren van het sobere gebouw leek op de IJzertoren in Ieper. Tegenover het Ossuarium bevindt zich een gigantisch militair kerkhof, waar zo’n 15.000 soldaten gegraven liggen. Een deel daarvan ligt met de steen naar het oosten gericht: dit zijn moslimsoldaten die meestreden in de Eerste Wereldoorlog. Voor hen is in 2006 een apart monument ingericht.

Somme

Op 1 juli 2013 hebben we een herinneringstocht gemaakt die in het teken stond van de Slag aan de Somme. Deze Noord-Franse route loopt van het plaatsje Péronne naar Albert en doet verschillende monumenten aan. Het bleek een bijzondere dag te zijn, want op 1 juli 1916 is de Slag om de Somme begonnen. Dat betekende op deze dag herdenkingen op diverse plaatsen.

We begonnen in Albert met een bezoek aan het museum over de Slag aan de Somme. Dit ondergrondse museum geeft een vrij sober, maar zeker niet minder indrukwekkend beeld van wat zich bijna een eeuw geleden in deze omgeving heeft afgespeeld. In het laatste deel van de tunnel was het oorlogsgeweld te horen. Vanuit Péronne vertrokken we naar de eerste plaats op de route, Rancourt. Daar bezochten we de kapel van de Franse herinnering. Deze plaats is uniek vanwege de aanwezigheid van een Engelse, Franse én Duitse begraafplaats.

In Longueval staat het indrukwekkende Zuid-Afrikaanse monument. Centraal staat hier de deelname van Zuid-Afrika aan de Europese oorlogen en dan met name de slag om het Delville bos in WO I. In Pozières passeerden we het Gibraltar-Tank monument, dat herinnert aan de eerste grote actie van de Australiërs in deze Slag.
WO-1-Thiepval
In Thiepval stapten we uit, want daar staat het Frans-Britse Monument met de 73.000 namen van vermiste soldaten. Opvallend was dat hier en daar een naam was weggehaald: deze naam is ooit gekoppeld aan een tot dan toe onbekende soldaat. De tweede dag reden we vanuit Albert eerst naar La Boiselle. Daar ligt de Lochnagar krater, die is ontstaan na een serie mijnexplosies op de eerste juli van het jaar 1916, die de Britse slag aan de Somme inluidden.

Op weg naar Beaumont-Hamel stopten we opnieuw in Thiepval, waar we het Ierse monument, de Ulster Tower, bekeken. Ook hier lagen veel kransen naar aanleiding van de herdenking op 1 juli. Hierna reden we naar Beaumont-Hamel, waar het Newfoundland Monument ligt. Dit is een groot terrein met goed bewaarde loopgraven. Er liggen hier meerdere monumenten en kerkhoven. Op een hoge heuvel staat een bronzen beeld van een kariboe, het embleem van de Royal Newfoundland Regiment, het regiment dat op 1 juli 1916 op dit terrein in een spervuur van Duitse machinegeweren liep.

Dit bezoek betekende voor ons het (voorlopige) einde van de belevenis van de Eerste Wereldoorlog in onze vakanties. We mogen stellen dat deze oorlog voor ons de laatste jaren meer is gaan leven, door het bezoeken van deze herinneringen. En ook dat kan het nut zijn van een vakantie…

Jan Wessels

Beoordeel dit artikel
 
Like dit artikel
Tweet dit artikel