Nederlandse campings trokken vorig jaar fors meer gasten

Nederlandse campings trokken vorig jaar fors meer gasten

Nederlandse campings trokken vorig jaar fors meer gasten

Nederlandse campings hebben volgens de brancheorganisaties Kampeer en Caravan Industrie (KCI) en BOVAG alsmede campingspecialist ACSI in 2025 ruim 5,6 miljoen gasten ontvangen. Dat is 8,6 procent meer dan een jaar eerder. Dit lijkt op het eerste gezicht vooral een volumerecord, maar de onderliggende beweging is relevanter voor de sector. Het aantal overnachtingen steeg namelijk veel minder hard, met 2,3 procent tot 26,8 miljoen.

De groei zit dus niet alleen in méér kampeerders, maar ook in vaker gaan en meer spreiding over het jaar. Voor campings is dat een wezenlijk verschil. De cijfers wijzen op een seizoen dat minder afhankelijk wordt van de zomerpiek. De vraag verschuift zichtbaar richting het voor- en naseizoen, terwijl de vooruitblik voor 2026 nog vooral op intenties rust.

Tegelijk laat ook de caravan- en campermarkt zien dat kamperen structureel op een hoger niveau blijft dan vóór de piekjaren.

  • 5,6 miljoen campinggasten in 2025, plus 8,6 procent
  • 26,8 miljoen overnachtingen, plus 2,3 procent
  • Sterkste groei in voorjaar en laatste maanden van het jaar

De groei zit niet alleen in het volume

Het verschil tussen het aantal gasten en het aantal overnachtingen geeft richting aan de ontwikkeling van de markt. Waar het aantal campinggasten stevig opliep, bleef de groei in nachten duidelijk achter. Dat wijst erop dat kampeerders vaker op pad gaan, maar per verblijf mogelijk minder lang blijven. Dat is geen harde conclusie uit detailcijfers, maar wel een logische lezing van de verhouding tussen beide totalen.

Voor ondernemers betekent dat een andere dynamiek. Meer aankomsten zorgen voor meer wisselingen, een hogere druk op receptie en schoonmaak en een complexere planning. Tegelijk groeit de bezetting niet één op één mee met het aantal gasten. De operatie verschuift daarmee van lange verblijven naar een patroon met meer korte verblijven en een hogere omloopsnelheid.

Voorjaar en najaar trekken het seizoen breder

De sterkste groei zit niet in het traditionele hoogseizoen, maar juist in de randen van het jaar. Daarmee verandert het karakter van het kampeerseizoen. Campings profiteren vaker van vraag buiten de schoolvakanties, wat de afhankelijkheid van een paar drukke weken in de zomer verkleint.

Groei in de lente

In april, mei en juni kwamen ruim 15 procent meer gasten naar Nederlandse campings dan een jaar eerder. Het aantal overnachtingen groeide in diezelfde periode met 6 procent. Dat verschil bevestigt het beeld van meer aankomsten zonder een evenredige toename van de verblijfsduur.

Voor campings is dit relevant omdat het seizoen eerder op gang komt. Voorzieningen draaien langer door, personeel wordt breder ingezet en de bezettingsgraad spreidt zich beter over het jaar. De binnenlandse markt blijft daarbij dominant: ongeveer 65 procent van de gasten komt uit Nederland.

Opvallend sterk slot van 2025

Ook het najaar en de vroege winter laten een duidelijke verschuiving zien. In de laatste drie maanden van 2025 steeg het aantal kampeerders met 9 procent, terwijl het aantal overnachtingen met 23 procent toenam. Dat is een opvallend verschil en onderstreept dat campings buiten het klassieke seizoen steeds meer benut worden.

Voor bedrijven die het hele jaar open zijn of inspelen op comfort in koelere maanden, verandert daarmee het speelveld. Investeringen in verwarmde voorzieningen, verhuuraccommodaties en faciliteiten voor kortere verblijven krijgen een andere onderbouwing. Het seizoen wordt minder een piek en meer een aaneengesloten periode met verschillende accenten.

De verwachting voor 2026 is nog geen gelopen race

De positieve vooruitblik voor 2026 moet in dat licht voorzichtig worden geïnterpreteerd. Die verwachting komt uit een intentieonderzoek onder ruim 8.500 Nederlandse kampeerders. Gezinnen geven daarin aan gemiddeld drie keer te willen kamperen en samen 39 dagen weg te gaan, tegen bijna 2,5 keer en ruim 28 dagen een jaar eerder.

Dat duidt op aanhoudende reislust, maar het zijn natuurlijk geen gerealiseerde boekingen. Factoren als weer, prijsontwikkeling, beschikbare capaciteit en wellicht ook de huidige geopolitieke ontwikkelingen in en rond Iran bepalen uiteindelijk hoe die plannen uitpakken. Bovendien is de exacte onderzoeksopzet in de openbare gegevens niet volledig uitgewerkt, wat de cijfers vooral geschikt maakt als richtingaanwijzer en minder als harde voorspelling.

Ook de caravan- en campermarkt blijft meebewegen

De bredere ontwikkeling rond kamperen is ook zichtbaar in de markt voor recreatievoertuigen. In 2025 werden ruim 10.000 nieuwe caravans en campers afgeleverd, een stijging ten opzichte van het jaar ervoor. Het totale Nederlandse wagenpark kwam eind 2025 uit op 634.660 voertuigen.

In de eerste maanden van 2026 wordt al gesproken over circa 637.000 caravans en campers. Dat bevestigt dat de groei doorzet, al is de exacte peildatum van dat afgeronde totaalaantal niet in detail gespecificeerd. Tegelijk laat de occasionmarkt een levendig beeld zien, met meer transacties dan een jaar eerder. Het gebruik van bestaande recreatievoertuigen blijft daarmee een belangrijke factor in de markt.

Wat de cijfers over het nieuwe kampeerseizoen zeggen

De voorlopige cijfers over 2025 laten vooral zien dat Nederlandse campings terrein winnen buiten hun traditionele piek in de zomervakantie. De groei zit in spreiding: meer reismomenten, vaker kortere verblijven en een seizoen dat zich uitstrekt over een groter deel van het jaar.

Voor 2026 betekent dat een gunstig uitgangspunt, maar geen zekerheid. De vraag lijkt zich verder te verbreden, met een duidelijke rol voor het voor- en naseizoen en een blijvende voorkeur voor bestemmingen dichter bij huis. Voor de sector ligt de uitdaging niet alleen in capaciteit, maar vooral in het aanpassen van de bedrijfsvoering aan een seizoen dat minder geconcentreerd en minder voorspelbaar is dan voorheen.

 

Like dit artikel
Tweet dit artikel