De WingCube is een nieuw vouwwagenconcept dat vooral opvalt door wat het níet is. Geen klassieke vouwcaravan op een eigen chassis, maar een opklapbare “tentbox” die je op een gewone aanhanger of op een pick-up-laadbak vastzet. Vorige maand, op de CMT 2026 in Stuttgart, dook het idee op als ontwerp en prototypeplan, niet als seriemodel dat al klaarstaat.
Voor kampeerders die een vouwwagen te groot vinden en een caravan te gespecialiseerd, mikken de makers op iets ertussenin: compact onderweg, snel open op de plek. De belofte is een combinatie van vaste opslag en twee volwaardige slaapvleugels, met daartussen een centrale buitenruimte. Tegelijk hoort bij dit project nog duidelijk een dikke laag “in ontwikkeling”.
De WingCube is nog een concept in ontwikkelfase
Op dit moment is de WingCube expliciet nog in de ontwikkelfase. De eigen communicatie gaat uit van een prototype “in de nabije toekomst”. In vakmedia en internationale berichtgeving wordt gesproken over een prototype dat later in 2026 gebouwd zou moeten worden en een mogelijke marktintroductie richting 2027, met een richtprijs rond € 20.000. Dat zijn ambities, geen harde leverdatum.
Het idee werd ook genoemd in de context van Campfire der Ideen, de startup- en uitvinderscompetitie rond de CMT. Daarbij is relevant: WingCube werd wel ingestuurd, maar haalde niet de topselectie en won dus ook niet.
De aanhanger is de drager, niet het product
Wie aan een vouwwagen denkt, ziet meestal een lage aanhanger met een ingepakt pakket erop. WingCube draait dat om: je reist met een vrij smalle, hoge box die je op een bestaande aanhanger vastzet. Op de plek klappen twee grote zijpanelen omlaag. Die panelen vormen tegelijk de vloer van de slaapdelen, waarna het tentdoek met frame mee uitvouwt.
Daartussen blijft een vaste middenmodule staan. Geen “caravanruimte” met harde wanden, maar een centrale zone die vooral is opgezet als buitenkamer: opslag, koken en zitten onder een eventuele luifel of voortent. Dat past bij kampeerders die graag buiten leven, maar wél orde en vaste plekken voor spullen willen.
Twee slaapvleugels en een centrale buitenkamer
Het ontwerp is gericht op gezinsgebruik: twee grote slaapvleugels, bedoeld als twee tweepersoons slaapplaatsen. In het midden zit een vaste kast- of stellingstructuur. In Duitse beschrijvingen wordt gesproken over een soort houten rek in de kern, waar kleding en bagage in kunnen. Aan één zijde is een klep voorzien waaronder een uitschuiftafel kan zitten, met plek voor bijvoorbeeld een koelkast of koelbox in de opbergmodule.
Dat klinkt logisch: wie ooit met een vouwwagen of grote tent kampeerde, kent het gedoe van los slingerende kratten, koelboxen die steeds in de weg staan en koken op een plek die je iedere dag opnieuw moet “uitpakken”. Dit concept wil juist dat je aankomt en in één beweging de basis op orde hebt.
Compact voor wat het wil
De genoemde doelmaten zijn concreet genoeg om een beeld te geven van de schaal. Ingeklapt zou de unit ongeveer 2,5 meter lang zijn, 1,2 meter breed en 2,1 meter hoog. Zodra hij op een aanhanger staat, kom je volgens dezelfde doelwaarden uit op een totale hoogte rond 2,6 meter. Het beoogde gewicht van de tentbox zelf ligt rond 500 kg, exclusief de aanhanger.
Dat laatste is interessant voor de praktijk. Een unit van 500 kg op een standaard bagage- of plateauwagen blijft in theorie binnen het bereik van veel trekauto’s, ook in het “gewone” kampeersegment. Alleen bepaalt de combinatie met de aanhanger en de belading natuurlijk het echte verhaal, inclusief kogeldruk, aslast en rijbewijsgrenzen.
Het concept moet zich nog bewijzen
Het ontwerp roept meteen een paar heel aardse kampeervragen op, juist omdat het zo anders is opgebouwd.
Stabiliteit onderweg
Een smalle, hoge doos is aerodynamisch niet automatisch in het voordeel, zeker niet bij zijwind of bij het passeren van vrachtwagens. Bovendien ligt het zwaartepunt hoger dan bij veel vouwwagens die laag op het chassis zitten. Dat vraagt om een goed doordachte bevestiging op de aanhanger, een stabiel onderstel en vooral een kloppende gewichtsverdeling. Hier zal een prototype moeten laten zien of het onderweg netjes “rustig” blijft: weinig slingeren, weinig natrillen, voorspelbaar bij windvlagen.
Natte tent en condens
Bij elke tentconstructie gaat het niet alleen om opzetten, maar ook om inpakken. Als je na een nat weekend vertrekt, wil je niet met een dichtgevouwen nat pakket thuis komen dat je alsnog moet drogen. Ventilatie, doekkwaliteit, afwatering en slimme openingen bepalen of dit in de praktijk prettig blijft, zeker in een Europees kampeerseizoen waarin ochtenddauw en langdurige regen heel normaal zijn.
Regels, verzekering en typegoedkeuring
Omdat WingCube ingeklapt een dichte aanhanger is, ligt de juridische basis voor de hand: hij valt onder de regels voor aanhangwagens met opbouw. Dan gaat het in de praktijk om zaken als typegoedkeuring/toelating, toegestane maximum massa, aslast, verlichting en reflectoren, en de positie van kentekenplaat en mistachterlicht. Ook de verzekeringskant is dan die van een aanhanger.
Waar de WingCube zich mee moet meten
In de praktijk gaat WingCube de vergelijking krijgen met twee bekende smaken:
- De klassieke vouwwagen, die vaak lager en breder vervoert, met een bewezen aanpak voor nat weer en leefruimte, maar wél altijd een eigen “kampeer-aanhanger” blijft die het hele jaar stilstaat.
- Moderne oplossingen zoals een daktent of tentpod, die ook los van het onderstel denken, maar meestal minder vaste opslag en minder “georganiseerde” middenruimte bieden.
WingCube probeert juist dat gat te vullen: de aanhanger multifunctioneel houden, maar op de camping sneller een complete basis neerzetten.
Slim idee waarschijnlijk, maar het hangt op uitvoering
WingCube laat zien dat er nog steeds ruimte is voor frisse ideeën in het vouwwagensegment. De kern is helder: een compacte box voor onderweg, twee slaapvleugels voor de nacht en een centrale zone waar je echt kunt leven. Alleen: dit staat of valt met de details. Stabiliteit, weerbestendigheid, ventilatie en de juridische inbedding moeten straks minstens zo overtuigend zijn als de tekeningen. Als dat lukt, kan dit voor een deel van de kampeerders een opvallend praktische middenweg worden.







